Meerdere eekhoorntjesbroden met bruine hoeden en lichte stelen tussen afgevallen beukenbladeren
Foto: Davide Puddu · iNaturalist · CC BY
Inhoud
  1. Zo herken je het gewoon eekhoorntjesbrood
  2. Zo herken je de bittere boleet
  3. Zo herken je de kastanjeboleet
  4. Zo herken je de gewone berkenboleet
  5. Dubbelgangers
  6. Snel overzicht

Eet nooit een paddenstoel op basis van een website, een foto of een app. Twijfel je, eet hem dan niet. Vermoed je een vergiftiging, neem dan contact op met je huisarts of buiten kantooruren de huisartsenpost (advies van het NVIC).

Kijk naar de steel en de onderkant van de hoed. De bittere boleet heeft een donker netpatroon op de meestal okergele steel, het gewoon eekhoorntjesbrood een wit steelnet, en zijn buisjes worden met de tijd viesroze, waar die van het eekhoorntjesbrood olijfgroen worden1. Het eekhoorntjesbrood wordt soms verward met de oneetbare maar niet giftige bittere boleet2: die is niet giftig, maar geldt door zijn bitterheid over het algemeen als oneetbaar3.

Een boleet heeft geen plaatjes onder de hoed maar gaatjes, die vrij diep zijn en ook buisjes heten4.

Zo herken je het gewoon eekhoorntjesbrood

Het gewoon eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) is een algemeen voorkomende eetbare paddenstoel. Natuurpunt noemt het de meest gegeerde boleet in de keuken5. Het is een forse boleet met een meestal bruine hoed6 die bij vocht vettig aanvoelt. De hoed wordt 6 tot 25, soms 30 centimeter2 breed en heeft altijd een geelachtige of witte rand.

Het eekhoorntjesbrood heeft witte buisjes die bij ouderdom geel worden5; bij rijping worden de poriën geelolijf tot olijfbruin. Ze kneuzen niet of zelden heel licht als je erop drukt. De steel is stevig, cilindrisch of breed buikig, met het breedste deel onderaan. Hij draagt een net dat ongeveer dezelfde kleur heeft als de steel, soms alleen zichtbaar in het bovenste deel. Het vlees is stevig en wit, vaak wat rossig onder de hoedhuid6 en verkleurt niet, met een milde nootachtige smaak. Het sporenpoeder, de sporenprint, heeft een donkere olijfbruine kleur2.

Je vindt het van juli tot en met november2. Het leeft samen met bomen, het meest met eik en beuk, nu vooral in min of meer schrale lanen en bermen6 op zwak zure, zandige of lemige bodems.

Zo herken je de bittere boleet

De bittere boleet (Tylopilus felleus) heeft een hoed van 5 tot 15 cm, kastanjebruin tot roodachtig bruin. De poriën en buisjes zijn wit als ze jong zijn en worden roze tot vuilroze als de paddenstoel rijpt. Een uniek kenmerk is de duidelijke, donkerbruine nettekening1 over het hele oppervlak van de steel.

Naturalis beschrijft de steel als roomkleurig oker, met een donkerbruin net en een verdikte voet. Het net is donker op een lichte ondergrond: het omgekeerde van de steel van Boletus edulis. Het vlees is wit tot crème en smaakt bitter7. De sporenprint is bruinig met een rode of roze tint3.

Jonge exemplaren zijn het lastigst. Ze gelden als klassieke dubbelgangers van het gewoon eekhoorntjesbrood, omdat ook dat jong witte buizen en poriën heeft. Naarmate de poriën roziger worden, wordt de soort makkelijker te herkennen3. Ook in de pan zie je het nog: het vlees van de bittere boleet kleurt bij verhitting een beetje roze1, dat van het eekhoorntjesbrood blijft wit.

Naturalis noemt als groeiplaats loofbomen als eik, beuk en berk, soms naaldbomen, op arme, zure zand- en leemgrond7. Vruchtlichamen verschijnen van juni tot oktober of zelfs november3. In Nederland is hij algemeen, en op de Rode Lijst van 2008 staat hij als Kwetsbaar8.

Zo herken je de kastanjeboleet

Volgens Natuurpunt is de kastanjeboleet (Imleria badia) de meest voorkomende en gemakkelijkst herkenbare boleet. De hoed is 4 tot 15 cm, hazelnootbruin tot kastanjebruin, droog viltig of kaal en bij vocht slijmerig. De buisjes zijn citroengeel en verkleuren onmiddellijk naar inktblauw als je ze aanraakt. De steel is okerbruin9.

De naam slaat op de kastanjebruine kleur van de hoed, niet op kastanjebomen. Hij groeit bij loofbomen als eik en beuk, maar ook bij den en spar9. Je ziet hem al in juni en juli, vooral in vochtige zomers, met een hoogseizoen van half september tot november10.

Zo herken je de gewone berkenboleet

De gewone berkenboleet (Leccinum scabrum) is een ectomycorrhizapartner van berk. De hoed is 5 tot 10 cm en grijsbruin12. Kijk naar de steel: berkenboleten horen bij de ruigsteelboleten, met donkere schubjes op de steel4. Die schubjes zijn aan de top meestal fijn en worden onderaan grover en dichter11.

De buisjes zijn witachtig tot grijs en verkleuren bruin bij beschadiging. Het vlees kleurt hoogstens roze in de steeltop, nooit blauwgroen in de steelvoet12. Jong is het vlees vrij stevig, maar het wordt al snel sponzig13 en houdt water vast, vooral bij regen. Van zomer tot herfst kom je hem tegen; hij is algemeen, vooral in de duinen en op de hoge zandgronden11.

Dubbelgangers

Het gewoon eekhoorntjesbrood is eetbaar2 en volgens Natuurpunt de meest gegeerde boleet in de keuken5. De kastanjeboleet is eetbaar en hoort net als eekhoorntjesbrood bij de familie Boletaceae10. Hij is wel vrij slijmerig en neemt vocht op in de buisjes als een spons9. De gewone berkenboleet is een eetbare paddenstoel12, mits je alleen stevige exemplaren gebruikt en ze goed verhit13. De bittere boleet is oneetbaar1, en Naturalis noemt hem verdacht7.

  • Bittere boleet en gewoon eekhoorntjesbrood: de twee worden soms met elkaar verward2. De bittere boleet heeft roze poriën en een sterk bittere smaak6. Volgens de Italiaanse kok Antonio Carluccio hoort hij bij de paddenstoelen die hem het vaakst ter controle werden gebracht3.
  • Kastanjeboleet en gewoon eekhoorntjesbrood: de steel van de kastanjeboleet is smaller en niet wit9, en de buisjes zijn nooit wit zoals bij jong eekhoorntjesbrood.
  • Kastanjeboleet en bittere boleet: ze groeien op dezelfde plekken3, maar de gele buisjes en het blauw kleurende vlees van de kastanjeboleet maken het verschil makkelijk.
  • Gewone berkenboleet en bonte berkenboleet: berkenboleten onderscheid je aan de hoedkleur, de schubjes en de verkleuring van de steel bij doorsnijden. Het vlees van de bonte berkenboleet (Leccinum variicolor) kleurt vaak roze bij doorsnijden en groenblauw in het onderste deel van de steel14; de gewone berkenboleet heeft geen blauwe verkleuring aan de steelvoet4.

Twijfel je na deze kenmerken nog, laat de vondst dan staan.

Snel overzicht

Soort Eetbaarheid Kenmerk dat beslist Seizoen
Gewoon eekhoorntjesbrood Eetbaar Witte buisjes, later geel tot olijfbruin Juli–november
Bittere boleet Oneetbaar (zeer bitter, niet giftig) Buisjes worden roze; donker net op lichte steel Juni–oktober, soms november
Kastanjeboleet Eetbaar Citroengele buisjes die direct blauw kleuren Juni–november
Gewone berkenboleet Eetbaar (alleen stevig en goed verhit) Donkere schubjes op de steel; onder berk Zomer–herfst