Inhoud
- Zo herken je de groene knolamaniet
- Zo herken je de kleverige knolamaniet
- Zo herken je de panteramaniet
- Zo herken je de vliegenzwam
- Zo herken je de fraaie gifgordijnzwam
- Zo herken je de giftige gordijnzwam
- Zo herken je het bundelmosklokje
- Zo herken je de gegordelde parasolzwam
- Zo herken je de voorjaarskluifzwam
- Zo herken je de giftige satijnzwam
- Snel overzicht
- Wat zegt de huisarts of de huisartsenpost bij een vermoede vergiftiging?
Eet nooit een paddenstoel op basis van een website, een foto of een app. Twijfel je, eet hem dan niet. Vermoed je een vergiftiging, neem dan contact op met je huisarts of buiten kantooruren de huisartsenpost (advies van het NVIC).
De groene knolamaniet is dodelijk giftig1: ervan eten kan fatale gevolgen hebben2. Hieronder staan de kenmerken van die soort en van negen andere, met hun dubbelgangers.
Zo herken je de groene knolamaniet
De groene knolamaniet (Amanita phalloides) heeft een hoed van 4 tot 12 cm die in het midden olijfgroen kleurt. Eten ervan kan fatale gevolgen hebben; de soort is dodelijk giftig1. De witte variëteit wordt wel eens verward met een champignon; het verschil zit in de sporen, die bij champignons zwart zijn en bij amanieten spierwit. Hij groeit vooral bij eik, ook bij beuk en berk2, op voedselrijk of kalkrijk zand en leem, en verschijnt vooral van juli tot in oktober3. De verantwoordelijke gifstof is alfa-amanitine.
Zo herken je de kleverige knolamaniet
De kleverige knolamaniet (Amanita virosa) heeft een hoed van 5 tot 10 cm die altijd wit is en witte plaatjes. Hij is in potentie dodelijk giftig, en vergiftigingen ermee kunnen in een doodsstrijd eindigen. Wie niet op de plaatjes let, verwart hem gemakkelijk met witte champignons; bij champignons zijn de plaatjes nooit zuiver wit, maar roze tot purperzwart. Hij groeit in loofbos en lanen, bij beuk, eik en berk5, is vanaf de late zomer4 te zien en bevat amatoxine en fallotoxine. In Nederland is hij vrij zeldzaam en hij staat op de Rode Lijst.
Zo herken je de panteramaniet
De panteramaniet (Amanita pantherina) heeft een grijsbruine tot okerbruine hoed van 5 tot 10 cm met witte, regelmatig verspreide stippen. Hij is giftig en kan dodelijk zijn. Hij wordt soms verwisseld met de parelamaniet7 (Amanita rubescens). Hij groeit vooral bij beuk, eik en berk en is te vinden van juni tot december6. Zijn iboteenzuur wordt bij het drogen omgezet in muscimol8.
Zo herken je de vliegenzwam
De vliegenzwam (Amanita muscaria) is wellicht de bekendste paddenstoel: oranjerood tot rood met witte plakjes, hoed 5 tot 20 cm. Hij is giftig10 en bevat muscarine, muscimol, muscazon en iboteenzuur11; van muscarine bevat hij maar geringe hoeveelheden12. Hij lijkt op9 de panteramaniet, de oranjerode stropharia en de gewone beurszwam. In Nederland is hij algemeen13.
Zo herken je de fraaie gifgordijnzwam
De fraaie gifgordijnzwam (Cortinarius rubellus) is roest- of kaneelbruin, met een hoed van 3 tot 8 cm met een viltig oppervlak en meestal een puntige bult; zijn sporen zijn roestbruin. Hij is een van de giftigste paddenstoelen in Europa en dodelijk15; zonder behandeling volgt meestal dodelijk nierfalen. Hij kan verward worden met andere gordijnzwammen, en sommige groeiwijzen mogelijk met jonge cantharellen (hanenkammen). Hij groeit op zure, vochtige grond met veenmos, vooral onder dennen en sparren, van augustus tot oktober14, en bevat orellanine.
Zo herken je de giftige gordijnzwam
De giftige gordijnzwam (Cortinarius orellanus) heeft een oranjebruine hoed van 3 tot 6, zelden 8 cm en een roodbruine sporenprint. Hij is dodelijk giftig: eten leidt tot nierfalen, vaak onomkeerbaar. In 1997 kregen in Oostenrijk vier mensen nierschade16 nadat ze hem voor een cantharel (hanenkam) hadden aangezien. Hij groeit in loofbos onder beuk, haagbeuk en eik, bevat orellanine en verschijnt in Midden-Europa van zomer tot herfst17.
Zo herken je het bundelmosklokje
Het bundelmosklokje (Galerina marginata) is klein: een hoed van 1 tot 4 cm, bruin tot geelbruin, met een lichtbruine sporenprint. Het is een zeer giftige paddenstoel met dodelijke hoeveelheden amatoxinen19. Het wordt soms verward met het stobbezwammetje, de gewone zwavelkop en het blauwwordend kaalkopje. Het groeit op dood loof- en naaldhout, soms op de bodem, vaak bij dennen en fijnspar, van het voorjaar tot in de herfst18.
Zo herken je de gegordelde parasolzwam
De gegordelde parasolzwam (Lepiota brunneoincarnata) is een kleine parasolzwam met een hoed van ongeveer 2 tot 5 cm vol kleine bruine tot roodbruine schubjes, en een witte sporenprint. Op de steel vormen schubjes onvolledige gordels, waar zijn naam vandaan komt. Hij is zeer giftig en heeft al meerdere doden geëist21. De grauwe ridderzwam en het weidekringzwammetje lijken op hem. Hij groeit in parken, plantsoenen, tuinen en bossen, ook in graslanden, vooral van de late zomer tot in de herfst20, en bevat amatoxinen, waaronder alfa- en beta-amanitine.
Zo herken je de voorjaarskluifzwam
De voorjaarskluifzwam (Gyromitra esculenta) is 5 tot 12 cm hoog, 5 tot 15, soms 20 cm breed, met een hoed die gedraaid en kronkelig is als hersenen. Hij is erg giftig; jaarlijks sterven er mensen na het eten ervan. Hij kan worden aangezien voor de morielje, die klaargemaakt een lekkernij is24. Hij groeit op kale grond of strooisel onder dennen, van maart tot mei23. Zijn gif gyromitrine wordt zwakker vanaf 60 graden22, maar bij herhaaldelijk eten kan het zich in het lichaam ophopen.
Zo herken je de giftige satijnzwam
De giftige satijnzwam (Entoloma sinuatum) is de grootste satijnzwam: een hoed van 5 tot 20 cm, ivoorkleurig tot licht grijsbruin, met een rand die later golft, en een vleesrode sporenprint. Deze giftige paddenstoel geeft ernstige maagklachten en soms zelfs fatale leverschade. Hij is zeer zeldzaam12. Hij groeit van mei tot november25 in loof- en naaldbos, vaak in heksenkringen, en komt in het zuiden en midden van Europa vaker voor dan in het noordwesten.
Snel overzicht
| Soort | Eetbaarheid | Kenmerk dat beslist | Seizoen |
|---|---|---|---|
| Groene knolamaniet | Dodelijk giftig | Spierwitte sporen, olijfgroen hoedcentrum | Juli–oktober |
| Kleverige knolamaniet | Dodelijk giftig | Helemaal witte hoed, witte plaatjes | Vanaf de late zomer |
| Panteramaniet | Dodelijk giftig | Witte stippen op grijs- tot okerbruine hoed | Juni–december |
| Vliegenzwam | Giftig | Rode hoed met witte plakjes | Juli–late herfst |
| Fraaie gifgordijnzwam | Dodelijk giftig | Roestbruine hoed, meestal met puntige bult, roestbruine sporen | Augustus–oktober |
| Giftige gordijnzwam | Dodelijk giftig | Oranjebruine hoed, roodbruine sporenprint | Zomer–herfst (Midden-Europa) |
| Bundelmosklokje | Dodelijk giftig | Klein, op dood hout, lichtbruine sporenprint | Voorjaar–herfst |
| Gegordelde parasolzwam | Dodelijk giftig | Klein, schubbengordels rond de steel | Late zomer–herfst |
| Voorjaarskluifzwam | Giftig | Hoed kronkelig als hersenen | Maart–mei |
| Giftige satijnzwam | Giftig | Grote lichte hoed, groeit vaak in heksenkringen | Mei–november |
Wat zegt de huisarts of de huisartsenpost bij een vermoede vergiftiging?
Heeft iemand een wilde paddenstoel gegeten en vertrouw je het niet, neem dan contact op met je huisarts of de huisartsenpost. Die kan dag en nacht het NVIC bereiken26 met vragen.

