Een groene knolamaniet met groenige hoed en witte steel op de bosbodem.
Foto: Davide Puddu · iNaturalist · CC BY
Inhoud
  1. Herkennen
  2. Waar en wanneer
  3. Giftig
  4. Dubbelgangers
  5. Lijkt op

Eet nooit een paddenstoel op basis van een website, een foto of een app. Twijfel je, eet hem dan niet. Vermoed je een vergiftiging, neem dan contact op met je huisarts of buiten kantooruren de huisartsenpost (advies van het NVIC).

De groene knolamaniet is een van de giftigste paddenstoelen die er bestaan. In Nederland en Vlaanderen is hij behoorlijk talrijk, en je ziet hem van juli tot oktober2. Eten kan niet: de soort is dodelijk giftig1.

Herkennen

De hoed is 4 tot 12 centimeter breed, eerst klokvormig en spreidt zich later meer uit. Het midden is olijfgroen, naar de rand toe wordt de tint bleker2, en de rand is niet gegroefd. Zelden liggen er grote witte plakken van het velum op de hoed1.

Onder de hoed zitten plaatjes die vrij van de steel staan en wit zijn, vaak met een groene weerschijn2. De sporenprint is wit. De geur is honingachtig1.

De steel is slank en wit of groenachtig gebandeerd, met witte schubben, en de lengte komt ongeveer overeen met de breedte van de hoed. Er zit een afhangende ring aan, met verticale strepen aan de bovenkant. Onderaan komt de knolvormige steelvoet uit een zakvormige beurs1: jonge exemplaren zitten helemaal in die eivormige beurs2, wat ze op een ei laat lijken.

Met een microscoop zijn de sporen bolvormig tot eivormig en meten ze 8 tot 10,5 bij 7 tot 8 micrometer2. Dat onderscheid zie je met het blote oog thuis niet, maar het laat goed zien waarom herkenning bij deze soort nooit volledige zekerheid geeft.

Waar en wanneer

De groene knolamaniet groeit vooral bij eik, ook bij beuk en berk, op voedselrijke of kalkhoudende grond in loofbos en lanen. In Nederland en Vlaanderen is de soort talrijk1, en hij komt van juli tot oktober2 voor.

De paddenstoel leeft niet los van de boom: hij vormt ectomycorrhiza met verschillende boomsoorten. In Europa is dat vooral eik, maar ook beuk, kastanje, paardenkastanje, berk, hazelaar, haagbeuk, den en spar3.

Van oorsprong komt de soort verspreid door heel Europa voor, van de zuidkust van Scandinavië in het noorden en Ierland in het westen tot de Balkan, Griekenland, Italië, Spanje en Portugal in het zuiden. Ze is inmiddels ook met de invoer van loof- en naaldbomen meegereisd naar Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Australië3.

Giftig

De groene knolamaniet is dodelijk giftig en veroorzaakt 95% van de dodelijke paddenstoelvergiftigingen in Europa1. Hij bevat amatoxinen, vooral alfa-amanitine, een stof die de werking van een enzym in de cel blokkeert. Een erkend tegengif is er niet, maar het middel silibinine, een stof uit de mariadistel2, wordt toegepast en kan de opname van het gif in de lever afremmen3.

Denk je dat iemand ervan gegeten heeft, neem dan contact op met de huisarts of de huisartsenpost, ook als er nog geen klachten zijn. Die kan zelf het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum bereiken, dag en nacht4, voor advies. De gevaren zijn niet nieuw: al in het Romeinse Rijk werden moorden gepleegd via een banket met de groene knolamaniet1.

Dubbelgangers

Vooral de witte vorm van de groene knolamaniet wordt verward met een champignon. Het verschil dat beslist: een champignon heeft duidelijk zwarte sporen, terwijl de groene knolamaniet een witte sporenprint1 heeft.

Lijkt op

  • Champignons, te onderscheiden aan de zwarte in plaats van witte sporenprint1.
  • Eetbare stuifzwammen, waarmee jonge exemplaren in de beurs verward kunnen worden3.